
De belangrijkste oorzaak voor aandoeningen van het heupgewriht
is arthrose, meestal als gevolg van ouderdom. Maar ook ziekten
als rheumatoide arthritis of stands- of vormveranderingen van
de gewrichtskop en –kom, kunnen tot arthrose leiden. Patienten
klagen dan over toenemende pijn in de lies en/of het bovenbeen.
De beweeglijkheid neemt af wat weer samengaat met pijnklachten
in rust en bij belasten. Op röntgenfoto´s zijn het
smaller worden van de gewrichtsspleet en botwoekeringen zichtbaar.
Als konservatieve therapie geen verbetering meer brengt en patient
niet meer verder kan, blijft als enig alternatief het implanteren
van een kunstgewricht in de heup (totaal-endoprthese). Bij de
prothese worden de kop en kom van het gewricht vervangen. In de
regel wordt een keramische kop met een kunststofkom gekombineerd.
Voor de operatie wordt, met behulp van schetsen ,van elke patient
de dikte van de kopschacht en de grootte van de kom vastgelegd.
Andere kriteria zijn de leeftijd, het gewicht en de anatomische
verhoudingen van de patient. Verschillende komponenten staan ter
beschikking.

Kom en schacht hebben voor het vergroeien met het bot een speciale
oppervlaktelaag. De beide komponenten worden m.b.v. de „Press-fit-techniek“
in het bot aangebracht. Niet gecementeerde prothesen worden vooral
bij “jongere” en aktieve patienten gebruikt.Kom en
schacht hebben voor het vergroeien met het bot een speziale oppervlaktelaag.
De beide komponenten worden m.b.v. de „Press-fit-techniek“
in het bot aangebracht. Niet gecementeerde prothesen worden voorla
bij “jongere” en aktieve patienten gebruikt.

Protheseschacht en -kom worden met botcement verankerd

De verankering van de kom is cementvrij (press-fit-techniek),
de schacht wordt in het bovenbeen met cement aangebracht. Er staan
verschillende materialen voor zowel kop als kom ter beschikking.
Vooral de wrijvingsfaktor speelt een belanrijke rol. De materialen
voor de kontaktvlakken zijn polyethyleen, keramiek of metaal.

De heupprothesen gaan gemiddeld 10 – 15 jaar mee. Bij Gewrichtsvervangende
operaties moet u rekening houden met een opname van ca. 10 –
14 dagen. In duitsland volgt een revalidatie van 3 –4 weken
in een klinik waarop een verdere ambulante revalidatie van 2 –3
maanden aansluit. Bij een normaal verloop van zowel operatie als
revalidatie kan men sporten als fietsen, zwemmen, golven en wandelen
probleemloos beoefenen. Sommigen kunnen zelfs weer tennissen en
skien. Dit kan echter niet in het algemeen worden aanbevolen.
Info to download (129,8 KB)
