
Schouderinstabiliteit
De stabiliteit en ook
de beweeglijkheid van de schouder hangen af van het krachtenevenwicht
tussen de dynamische en statische stabilisatoren. We onderscheien
verschillende vormen van schouderinstabiliteit.

Willekeurige schouderluxaties, d.w.z. luxaties die zonder geweld
van buiten kunnen worden veroorzaakt, berusten op een algemene
laxiteit. Het gaat hierbij om een aangeboren zwakte van het bindweefsel,
die tot een vergroting van de beweeglijkheid van het gewricht
leidt. Vaak zijn dan ook ander gewrichten aangedaan. Zulke patienten
kunnen de elleboog overstrekken en kunnen spontane luxaties van
de knieschijf krijgen. Deze “ziekte” kann door conservatieve
therapie, zoals fysiotherapteutische oefenigen en training goed
behandeld worden. Operaties zijn een uitzondering.
Hier is de eerste luxatie door een ongeluk (b.v. bij het sporten)
veroorzaakt. Bij dit eerste ongeluk worden het gewrichtskapsel,
de banden of het labrum beschadigd. Vaak gaat dit ook samen met
beschadiging van het bot van kop of kom. Vooral jonge patienten
lopen gevaar op verdere luxaties zonder een noemenswaardig ongeluk.
Deze vorm van luxaties zijn operatief goed te behandelen. Nog
niet zo lang geleden moesten instabiele schouders d.m.v. „open“
operaties gestabiliseerd worden. De laatste jaren hebben de arthroscopische
operaties een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Bij deze operatie
worden uitgerekte of gescheurde banden ingekort en wordt het labrumkomplex
met botankers aan de rand van de kom vastgemaakr. Door deze techniek
verkrijgt men meestal een betrouwbare stabiliteit van de schouder.
Door de arthroscopische techniek heeft men na de operatie weinig
pijn. Probleemloos worden deze operaties ambulant uitgevoerd.
Door het gebruik van resorbeerbaar materiaal vervalt het operatief
verwijderen van metaal. Na de operatie wordt de geopereerde arm
ongeveer 3 – 4 weken door een schouderkussen beschermd.
Met funktietraining door de fysiotherapeut wordt al in een vroeg
postoperatief stadium begonnen. Men moet zich aan het schema ter
nabehandeling houden. Iedere patient krijgt dit schema van ons
mee. Alleen een goede samenwerking tussen chirurg, physiotherapeut
en patient kan tot een goed resultaat leiden.Na 6 maanden mogen
sporten waarbij de arm boven het hoofd reikt weer worden beoefend.
Bij grote labrumkapselletsels of botdefelten aan de kom, komt
men niet om een open operatie heen. Door een snee in de huid aan
de voorkant van de schouder, worden de beschadigde strukturen
bloodgelegd. De kapsel wordt samen met het bandapparaat verkort
en aan de rand van de kom gefixeerd. Is ook de rotatorenmanchette
kapot, wordt deze genaaid. Meestal is men een paar dagen na de
ingreep in de kliniek. De revalidatie is ongeveer zoals bij de
hierboven beschreven arthroscopische operatie. Operaties te stabilisering
van de schouder hebben goede resultaten