Impingement

Als de schouder intensief wordt gebruikt, zoals b.v. bij het werken
boven het hoofd, tennis, badminton, of intensieve haltertraining,
kan dat tot prikkeling en ontsteking van de slijmberurs leiden.
Er ontstaat dan een inklemmings- of impingementsyndroom onder
het schouderdak. Andere oorzaken voor klachten zijn verkalking
van pezen, scheuren in pezen, botsplinters onder het schouderdak
of afrthrose in de schouder. Pijn treedt vooral op als de arm
zijwaards wordt geheven, op de rug wordt gebracht of bij het werpen.Boven
het hoofd werken is pijnlijk en tijdelijk onmogelijk. Met fysiotherapie,
het innemen van ontstekingsremmmende medicijnen, injekties onder
het schouderdak en het vermeiden van het werken boven het hoofd,
kan in de beginfase nog een goede genezing tot stand komen. Zonder
behandeling moet men rekenen met langerdurende pijn die sterker
wordt en ook s´nachts op treedt. Op de schouder liggen wordt
onmogelijk. De ontsteking chronificeert en belast de spiermanchet.
Zijwaards heffen gaat alleen met de grootste moeite. Sommigen
ervaren het verminderen van de kracht in de arm. In deze fase
treden de eerse scheurtjes in de rotatorenmanchet op. De beweeglijkheid
neemt snel af tot de schouder stijf is. In deze fase helpen konservatieve
behandelingen nog uiterst zelden.
Arthroscopie maakt een optische beoordeling en tegelijkertijd
de behandeling van het schoudergewricht en de akromiaalruimte
mogelijk. Eerst wordt met een potlooddikke kamera (de arthroscoop)
de binnenkant van het gewricht geinspekteerd en de rotatorenmanchet,
als dat nodig is, van ontstoken weefsel ontdaan. Onder het schouderdak
worden de evt. ontstoken slijmberurs (bursitis) en verkalking
van de spierpees (tendinitis calcarea) verwijderd. De onderrand
van het schouderdak wordt afgeschaafd om de bewegingsruimte voor
de spieren te vergroten. De operatie wordt met kleine, motorisch
aangedreven frezen en draaiende mesjes uitgevoerd. Dat vereist
slechts een paar kleine sneedjes in de huid(ca. 0,5 cm. Lang).
Als er daarnaast nog arthrotische klachten bestaan in het gewricht
tussen sleutelbeen en schouderdak, dan kan een gedeeltelijke verwijdering
van dit gewricht vaak tot verbetering van de pijnklachten leiden

Deze aandoening komt meestal voor bij patienten die ouder zijn
dan 40 jaar, meer bij vrouwen dan bij mannen. Om onbekende redenen
(evt. slechtere doorbloeding van de pees) wordt ,vooral in de
supraspinatuspees (deel van de rotatorenmanchet), kalk afgezet.
Dit leidt regelmatig tot ontsteking van de slijmbeurs en de daarmee
verbonden klachten. Het komt periodiek tot ernstige pijnklachten,
waarschijnlijk als gevolg van in de slijmbeurs gerakend kalk.
Het verwijderen van zo`n kalkdepot is probleemloos arthroscopisch
mogelijk. Dit kan zowel ambulant als met een kort oponthoud in
de kliniek gebeuren. Een direkte funktionele nabehandeling is
noodzakelijk.
The resection of calcified deposits is usually no problem. After
introduction of the arthroscope the subacromial joint and the
bursa can be inspected and the deposits are localized, sometimes
by the help of a fluouroscope. The rotator cuff is palpated with
a small probe and the deposit can be debrided. The intervention
is done on an out-patient basis or as a day-case.

Er zijn verschillende oorzaken voor het stijf worden van de schouder.
Aandoeningen als impingement, verkalking, instabiliteit en spierscheurtjes,
kunnen tot “krimpen” van de kapsel leiden en daardoor
tot ernstige bewegingsbeperkingen. Meestal onstaat de aandoening
ten gevolge van endogene faktoren zoals hormonale aandoeningen,
suiker- of vetstofwisselingsstoringen. Meestal is dat een sluipend
proces, waarbij de bewegingsbeperking en de pijn steeds meer toenemen.
De behandeling is eerst langdurig konservatief (fysiotherapie
en medicijnen). Mocht dit niet suksesvol zijn, dan kan de schouder
operatief worden behandeld. Arthroscopisch kan het gewricht met
behulp van vloeistof worden opgerekt, in bijzondere gevallen is
het klieven of gedeeltelijk verwijderen van het kapsel nodig.
De revalidatie is moeizaam, maar geeft vaak een goed resultaat.
Na een schouderoperatie duurt
de revalidatie 3 tot 4 maanden. De physiotherapeut behandelt met
aktieve en passieve oefeningen zonder de arm te immobiliseren.
Teamwork en aktieve deelname van de patienten zijn de kern van
het sukses, waarbij we streven naar een pijnvrij en volledig funktioneren
van de geopereerde schouder. In somige gevallen is het zinvol
aan physiotherapie passief bewegen op een automatisch bewegingsapparaat
toe te voegen. De meeste van onze patienten nemen gedurende een
bepaalde tijd medicijnen tegen ontstekingen. Het eindresultaat
van dit soort operaties is goed.
Info to download (121,3 KB)
