
Kraakbeenletsel
Het aan het oppervlak van de botten liggend
gewrichtskraakbeen is een belangrijk onderdeel van het gewricht.
Een intakte laag kraakbeen maakt een vloeiende beweging mogelijk.
Beschadiging kan door ongelukken, maar ook door overbelasting
en degeneratie, optreden. Verder is bekend dat ook beschadiging
van de meniscus en een instabiel gewricht tot beschadiging van
het kraakbeen leidt. De symptomen zijn afhankelijk van de grootte
en de lokalisatie van de schade. In het beginstadium treden de
problemen op na belasten in samenhang met onsteking van het gewricht
(artritis). Door konservatieve behandeling zoals fysiotherapie
en het gebruik van ontstekingsremmende medicijnen, kan meestal
een verbetering van de klachten worden bereikt. Als het kraakbeen
verder kapot gaat, spreekt men van artrose. Er ontstaat meer zwelling
en de beweging wordt beperkt. In dit stadium is er ook pijn in
rust. Het behandelkoncept wordt bepaald door grootte en plaats
van de defekten. De leeftijd van de patient is belangrijk, omdat
het kraakbeen, als men jonger is, beter regenereert. De verschillende
behandelkoncepten die ter beschikking staan worden op de behoeften
van de individuele patient afgestemd.

Het operatieve behandelkoncept beperkt zich tot het vertragen
van de voortschreidende kraakbeendestruktie. Artroskopisch schaaft
men voorzichtig het defekte kraakbeen glad. Het daarbij vrijgekomen
schaafsel wordt uit het gewricht gespoeld. Daardoor treedt in
veel gevallen een verbetering op.
Met een kleine boor worden gaatjes in kapotte kraakbeenzones geboord.
Stamcellen die daardoor uittreden, kunnen een vervangend weefsel
opbouwen. Bij deze artroskopie kunnen ook grotere defekten worden
behandeld.
Als het defekt zo groot is, dat het bot vrij ligt, kan dit met
een kleine frees worden aangefreesd. Daardoor ontstaat een vervangend
weefsel dat in de kapotte zone ingroeit.
Deze operatie wordt alleen bij jonge patienten (=<30 jaar),
wiens vermogen tot regeneratie van het kraakbeen nog groot is,
aanbevolen. De operatie wordt in twee stappen uitgevoerd. Bij
de eerste artroskopie worden kleine kraakbeenstukjes uit het gewricht
genomen die dan in het laboratorium in een celkultuur uitgroeien.
De zo gekweekte kraakbeencellen worden een paar weken later terug
in het gewricht gebracht. De cellen moeten daar verder groeien
en de kapotte stukken opvullen. Dit is een zeer veeleisende operatie.
Ondanks de hoge kosten is deze operatie bij de juiste indikatiestelling
aanbevelenswaardig. De genoemde behandelingen, ook wel bioprothesen
genoemd, kunnen alleen dan verbruikt of verdwenen kraakbeen weer
opbauwen als tegelijkertijd ook beschadigingen van de meniscus,
instabiliteit en standsveranderingen van het gewricht worden behandeld.
De revalidatie na kraakbeenoperaties is duidelijk moeizamer dan
na meniskusoperaties. Omdat het kraakbeen een lange regeneratietijd
heeft, duurt, mede afhankelijk van de te repareren schade, de
ontlastingsfase veel langer. Na een kraakbeentransplantatie moet
met een ontlasting door krukken van 8 tot 12 weken worden gerekend.
Een fysiotherapeutische behandling van 2-3 maanden is gebruikelijk
om een optimaal resultaat te behalen.
