
Een korrekte stand van de gewrichtsas is voor een pijnvrije funktie
noodzakelijk. Onderscheiden wordt de o-beenstand (varusgonartrose)
en de x-beenstand (valgusgonartrose), die beide maar zelden aangeboren
zijn. De meestvoorkomende oorzaken voor het eenzeidig “verslijten”
van het kraakbeen zijn een instabiel gewricht en het verwjderen
van ee meniscus. Men korrigeert de stand van het been door het
verwijderen van een botwig, ofwel onder de gewrichtsspleet in
het scheenbeen (bij een o-been), ofwel boven de gewrichtsspleet
in het bovenbeen (bij een x-been). De doorgezaagde botstukken
worden daarna met een metaalplaat gestabilizeerd, zodat meteen
deelbelasting mogelijk is.

. Men kan de noodzakelijke behandeling van het kraakbeen of de
meniscus (b.v. glad schaven, abrasieplastiek) of de rekonstruktie
van een kruisband met de standskorrektie kombineren. Na deze operatie
is een kort verblijf in de kliniek noodzakelijk. Gunstig is een
aansluitende stationaire revalidatie van 2-3 weken. De resultaten
van deze gewrichtssparende operatie zijn meestal goed.

De revalidatie na kraakbeenoperaties is duidelijk moeizamer dan
na meniskusoperaties. Omdat het kraakbeen een lange regeneratietijd
heeft, duurt, mede afhankelijk van de te repareren schade, de
ontlastingsfase veel langer. Na een kraakbeentransplantatie moet
met een ontlasting door krukken van 8 tot 12 weken worden gerekend.
Een physiotherapeutische behandling van 2-3 maanden is gebruikelijk
om een optimaal resultaat te behalen.
Info todownload (117,6 KB)
