
Artrose
Arthrose is de meest
voorkomende chronische gewrichtsaandoening. Een kenmerk van de
ziekte is het voordurend afbreken van hyalien kraakbeen, wat tot
deformatie van de gewrichtsoppervlakken leidt. De patienten klagen
over pijn in rust en bij belasten, waardoor het regelmatig gebruik
van pijnstillers noodzakelijk wordt. Als gevolg van het smaller
worden van de gewrichtsspleet en het woekeren van de botrand ontstaat
bewegingsbeperking, wat tot het bijna volledig onbeweeglijk worden
van het gewricht kan leiden. Konservatieve (fysiotherapeutische)
behandeling en/of injekties helpen tot slot niet meer. Ook arthroscopische
operaties kunnen pijn en funktie niet meer gunstig beinvloeden.

De rekonstruktie van arthrotische schoudergewrichten d.m.v. een
endoprothese heeft de laatste 10 jaar een enorme vlucht genomen.
Waar de techniek bij heup- en knieendoprothesen in een ver stadium
van ontwikeling is en voor een goed deel gestandaardiseerd, ijlt
de ontwikkeling bij de schouderprothese duidelijk na. Een paar
uitverkoren centra is het echter gelukt uitstekende operatieve
know-how met de geweldige vooruitgang van de schouderprothesetechniek
te kombineren. Hier biedt de prothese een uitstekende therapeutische
mogelijkheid als vervanging van verbruikte gewrichtsoppervlakken.
Men streeft er naar zowel de pijn te verminderen, zelfs tot pijnvrijheid,
als ook een duidelijke verbetering van de de funktie tot stand
te brengen. Voor een perkeft funktioneel resultaat is niet in
de laatse plaats het tijdstip van de operatie van belang. In het
ideale geval wacht men niet tot men de schouder niet meer kan
bewegen, alhoewel het ook dan nog mogelijk is om door een geraffineerde
techniek, tot behoorlijke resultaten te komen. Een goede préoperatieve
beweeglijkheid maakt een uitstekende postoperatieve funktie echter
een stuk makkelijker te bereiken. Naast de arthrotische schouder,
zijn ook rheumatoide arthritis, schouderkopnecrose en het breken
van de schouderkop indikaties voor een suksesvolle vervanging
van de gewrichtsoppervlakken. Al naar gelang de behoeften, staan
er verschillende prothesekomponenten ter beschikking.

After an intial stay of 4 to 5 days in the hospital the patients
are transferred to a Primair blijven patienten enige dagen in
de kliniek. Dan bestaat in Duitsland de mogelijkheid een stationaire
revalidatie van 3-4 weken, in spciale centra te doen. Aansluitend
wordt fysiotherapie voorgeschreven. Na de operatie krijgt men
een schouderkussen, dat een tijd gedragen wordt. Men streeft er
echter naar zo snel mogelijk zonder deze hulpmiddelen terecht
te komen. De nabehandeling begint op de eerste dag na de operatie.
Na 2 weken begint het oefenprogamma om de beweeglijkheid te verbeteren,
het liefst in het water. Naast fysiotherapie wordt de kracht van
de spieren getraind. Intensieve samenwerking met en regelmatige
kontrole door de chirurg, waarborgt de veiligheid van de patient
en maakt een optimaal resultaat mogelijk.
Info to download (117,6 KB)
